Haagwinde RH. 0188
Volledige wetenschappelijke naam: Calystegia sepium (L.) R.Br.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Calystegia soldanella: Stengel meestal windend. Bladen eirond tot driehoekig, spits of stomp, met hart-, pijl- of spiesvormige voet en afgeknotte of afgeronde oortjes, groen, niet dik. Steelbladen bijna vlak, eirond-hartvormig, elkaar niet bedekkend, spits tot vrij stomp. Bloemkroon wit, soms roze. Meeldraden tot 25 mm lang; helmknoppen 4-6 mm lang.
1,50-3,00. Juni-herfst. Hemikryptofyt, Geofyt.
Standplaats: Op natte tot vochtige, voedselrijke grond in rietlanden en ruigten, aan de rand van moerasbossen, in akkers, plantsoenen en tuinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen.
Ecologische groepen: R27, R28, R47, R48, H28.
Plantensociologische groepen: WdH: 17B; 34Aa2; 38Aa4.
Europees areaal: Centraal, 144444.
Opm. Calystegia silvatica (Kit.) Griseb | Gestreepte winde - BB. 1672 [Calystegia sepium (L.) R.Br. var. sylvestris (Willd.) Willk.] wordt verwilderd gevonden en kan gemakkelijk met Calystegia sepium worden verward; daarvan onderscheidt deze zich als volgt: Steelbladen aan de voet opgeblazen, breed eirond, elkaar bedekkend, afgerond of uitgerand; bloemkroon wit of roze; meeldraden minstens 25 mm lang; helmknoppen 6-7,5 mm lang.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1139: gen. Calystegia |