Struikhei RH. 0186
Volledige wetenschappelijke naam: Calluna vulgaris (L.) Hull
Diagnostische kenmerken: Bladen lijnlancetvormig, 4-rijig, elkaar dakpansgewijs bedekkend, zittend, aan de voet in 2 priemvormige oortjes verlengd. Bloemen in tros- of pluimvormige bloeiwijzen; elke bloem aan een ineengedrongen takje met 2 paar schutbladen vlak onder de bloem, de zgn. bijkelk. Kelk en bloemkroon licht paarsrood, zelden roze of wit.
0,30-1,00 (-2,00). Juli-herfst. Chamaefyt (Fanerofyt).
Standplaats: Op vochtige tot droge, zure grond in heiden, schrale graslanden en lichte bossen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen in het Pleistoceen en Waddendistrict, vrij zeldzaam in het Heuvelland, Renodunaal en Laagveendistrict; elders op aangevoerd zand. Ook in cultuur als sierplant.
Ecologische groepen: G41, G61, H61.
Plantensociologische groepen: WdH: 30B; 36Aa2; 37Aa1.
Europees areaal: Centraal, 344311.
Opm. Meestal zijn de planten vrijwel kaal. Op een aantal plaatsen zijn exemplaren van de Calluna vulgaris var. hirsuta (Waitz) Gray met dicht behaarde jonge takken en bladen gevonden.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1141 Pagina 2238 |