Zachte dravik RH. 2337
Volledige wetenschappelijke naam: Bromus hordeaceus L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Bromus lepidus: Palea van de onderste bloem ongeveer in het midden het breedst, tot aan de top bezet met afstaande haren langs de rand, meestal korter dan de lemma. Topharen van de vrucht niet boven de top van de lemma uitstekend. Lemma 6,5-11 mm lang, behaard of kaal.
0,05-1,00. Mei-juli. Therofyt.
Standplaats: Op open tot grazige, droge tot vrij vochtige, voedselrijke grond, vaak op omgewerkte plaatsen, ook in de duinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeer algemeen.
Ecologische groepen: P63, P67, G47, G48, G67, G68.
Plantensociologische groepen: WdH: 12B.
Europees areaal: Centraal, 144434.
Opm. Men onderscheidt de volgende ondersoorten: - Lemma van de onderste bloem 6,5-7,5 mm lang, kaal of minder vaak behaard. Stengels bijna liggend tot opstijgend, vaak in een kring uitgespreid. 0,05-0,15. Op open plaatsen op droge, betreden of beweide zandgrond, voornamelijk in de duinen. Vrij algemeen in het Duindistrict, elders zeer zeldzaam P63, P67. WdH: 20Bc3. [Nederlandse Oecologische Flora 5: 125; Wilde Planten 1: 238 Bromus hordeaceus auct.]:-> Bromus hordeaceus subsp. thominei (Hardouin) Maire & Weiller - BB. 0158
- Lemma van de onderste bloem 8-11 mm lang, behaard of soms kaal. Stengels rechtopstaand of opstijgend. 0,05-1,00. Op open tot grazige, droge tot vrij vochtige, voedselrijke grond, vaak op omgewerkte plaatsen. Zeer algemeen. [Nederlandse Oecologische Flora 5: 125; Atlas van de Nederlandse Flora 3: 35; Wilde Planten 1: 121 -Bromus mollis L.]:-> Bromus hordeaceus subsp. hordeaceus - BB. 0161
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1815 |