Raapzaad RH. 1804
Volledige wetenschappelijke naam: Brassica rapa L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Brassica napus: Onderste bladen grasgroen, borstelig behaard. Bovenste bladen meer blauwgroen, kaal, met diep hartvormige voet stengelomvattend. Open bloemen boven de knoppen uitstekend. Kelkbladen tenslotte recht afstaand. Vrucht 4-6,5 cm lang, snavel 15-20 mm lang.
0,30-0,80. April-aug. Hemikryptofyt (2j.).
Standplaats: Op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk algemeen. In cultuur als groente en om de zaden, vaak opslaand uit gemorst zaad. Opm. Brassica rapa wordt vaak met Brassica napus verward. De eerste is waarschijnlijk als volledig ingeburgerd te beschouwen.
Europees areaal: Mogelijk oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 708 |