Uitstaande melde RH. 0123
Volledige wetenschappelijke naam: Atriplex patula L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Atriplex prostrata: Onderste bladen der hoofdstengel met schuin naar voren wijzende slippen (top der zijslip een hoek van 45°- 60° met de middennerf makend). Steelblaadjes der vrouwelijke bloemen eirond tot langwerpig-eirond, op de rug meestal zonder aanhangsels, meestal met spiesvormige zijlobben.
0,10-0,90. Juli-sept. Therofyt.
Standplaats: Op open, vochtige, stikstofrijke grond in akkers, tuinen, op mesthopen; zelden op zilte bodems.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen.
Ecologische groepen: P48.
Plantensociologische groepen: WdH: 11Ab3.
Europees areaal: Centraal, 144433.
Opm. Jonge planten van Chenopodium album en van Chenopodium ficifolium onderscheiden zich als volgt van Atriplex patula (en andere Atriplex -soorten): -Kiembladen nabij de voet plotseling in een smalle steel versmald. Alleen het eerste paar stengelbladen tegenoverstaand, de hogere verspreid: -> Chenopodium -Kiembladen aan de voet geleidelijk versmald. Eerste drie paar bladen tegenoverstaand: -> Atriplex
Opm. Men kan de volgende variëteiten onderscheiden: - Steelblaadjes van enkele vrouwelijke bloemen in de vruchttijd zeer groot en vaak lang (tot 2 cm) gesteeld, daarbinnen een naakte vrucht en weer enkele door steelblaadjes omgeven bloemen bevattend. Plant met weinig meeldraadbloemen, laag, vaak met lancet- of lijnlancetvormige bladen. 0,10-0,30. Langs wegen, vaak op verdichte, betreden plaatsen. Vrij algemeen.: -> Atriplex patula var. bracteata Westerl. -BB. 2410
Steelblaadjes in de vruchttijd weinig ongelijk, vrijwel zittend, geen andere bloemen omvattend. Plant meestal met talrijke meeldraadbloemen. Bladen meestal breder. 0,20-0,90. Algemeen.: -> Atriplex patula var. patula -BB. 2393
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1197 Pagina 1199 |