Bosanemoon RH. 0056
Volledige wetenschappelijke naam: Anemone nemorosa L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Anemone ranunculoides: Bloemdekbladen meestal 6, van buiten vaak roodachtig of soms paarsrood, kaal. Bloemen alleenstaand, soms gevuld. Stengelbladen dubbel zo lang als hun steel. Steel der wortelbladen bij de top kort behaard.
0,05-0,25. Maart-mei. Geofyt.
Standplaats: Op vochtige, matig voedselrijke, humusrijke grond in loofbossen en hakhout, na kap lang standhoudend, ook op grasgrond en aan slootkanten.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Pleistoceen, Heuvelland en het Hollandse deel van het Renodunaal district; elders als stinsenplant. Ook in cultuur als sierplant (dan soms met gevulde bloemen).
Ecologische groepen: H42.
Plantensociologische groepen: WdH: 33; 38.
Europees areaal: Centraal, 144221.
Opm. Als stinsenplant komt o.a. voor de cv. 'Vestal', waarbij de meeldraden zijn veranderd in een 'kraagje' van kleine bloemdekbladen [P.A. Bakker & E. Boeve, Stinzenplanten. (1985): 122].
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 424 |