Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening

De eenvoudigste omschrijving van een spons is een verzameling cellen, in een geleiachtige massa, ondersteund door een skelet van naalden (spicula). De cellen hebben zich niet samengevormd tot organen of weefsels, maar vormen een systeem van kanalen en kamers die met het zeewater in verbinding staan door poriën.
De grondvorm van een spons is in het eenvoudigste geval een zak, die aan de buitenzijde bedekt wordt door dekcellen. De inwendige holte bestaat uit kraagcellen, die voorzien zijn van zweepharen. Met een zweepbeweging veroorzaken deze haren een waterstroom die binnenkomt langs de poriën, naar de centrale holte gaat en weer naar buiten vloeit door een, meestal goed herkenbare, uitstroomopening. Naargelang de poriën samentrekken kan de waterstroom worden versneld of vertraagd.
De indeling van de sponzen gebeurt aan de hand van de bouw van de skeletnaalden: kalksponzen, glassponzen en kiezelsponzen. Van twee van deze drie klassen vinden we vertegenwoordigers in de Nederlandse wateren: de kalksponzen en kiezelsponzen.

Omdat de trilhaarkamers niet te vergelijken zijn met een darmkanaal of een andere orgaanstelsel, vormen sponzen een aparte groep binnen het dierenrijk.

Voor de sponzen, ga naar: pagina 323.

Sponzen (Fylum Porifera)