Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening

Syngnathus acus Linnaeus, 1758

Nederlandse naam:
Grote zeenaald

Algemeen:
Zeenaalden zijn, zoals de naam al aangeeft, zeer langgerekte vissen. Hun snuit is verlengd en ze kunnen met hun kleine bekjes maar hele kleine prooien pakken. Die worden met een soort zuigbeweging naar binnen getrokken. Ze hebben een uitwendig harnas, bestaande uit beenplaten, die bijna ringen vormen. Dat kan ze een geringd uiterlijk geven. De groep is verder bijzonder, omdat de mannetjes een broedbuidel hebben. Ze hebben, op een rugvin na, nauwelijks vinnen.

Beschrijving:
In tegenstelling tot de adderzeenaald (Entelurus aequoreus ) is deze soort juist moeilijk te vinden tussen de wieren, want deze heeft een goede schutkleur. De maximale lengte is 50 cm. Karakteristiek is een kleine bult in zijn nek, maar het is de vraag of dat opvalt als je hem onder water ziet. De kleur is grijsachtig bruin of groenachtig, waarbijde bovenkant wat donkerder is dan de onderkant. Vaak is een patroon van smalle lichte en brede donkere verticale banden op de zijkant zichtbaar en aan de buikzijde soms een rij vuilwitte stippen. Soms ook zijn de lichte en donkere banden ongeveer even breed. Een ander kenmerk is, dat de snuit langer is dan de helft van de kop.

Voedsel:
Vooral kleine kreeftachtigen uit het plankton, zoals aasgarnalen, maar ook vislarven.

Voortplanting:
De paaitijd is van mei tot augustus. De vrouwtjes leggen zo'n 200 tot 400 eitjes, die ze in de broedbuidel van het mannetje deponeert. Die buidel bestaat uit twee huidplooien. De eitjes komen hierin uit en de larven beginnen te groeien. Na ca. 5 weken, als ze ongeveer 3 cm lang zijn, verlaten de jongen de broedbuidel. Het is werkelijk spectaculair om zo’n geboorte waar te nemen! Buiten een aquarium moet je echter wel heel veel geluk hebben om zoiets te zien.

Leefgebied:
Van het wateroppervlakte tot zo'n 15 m, maar ze zijn ook op 50 m diepte gevonden. Meestal tussen grote bruinwieren of andere wiersoorten.

Verspreiding:
Van Midden-Noorwegen tot Zuid-Afrika, in de Middellandse Zee en Zwarte Zee. Ook bij de Azoren en andere oceanische eilandengroepen.

Opmerking:
Er komen in ons gebied nog enkele soorten voor, doch die zijn zeldzamer en/of moeilijker te vinden. De kleine zeenaald (Syngnathus rostellatus ) heeft een kortere snuit en heeft geen uitstulping achter de kop.

Grote zeenaald (Syngnathus acus)