|
|
Gonepteryx rhamni Citroenvlinder
De citroenvlinder is meestal de eerste lentebode in het jaar. Zij overwinteren als vlinder in takkenbossen en graspollen, en bij de eerste warme dagen komen de mannetjes al tevoorschijn. Soms is dat al in januari.
|
|
|
|
|
|
Clavaria argillacea Heideknotszwam
Vruchtlichaam knotsvormig. Bovenste deel met een stompe top, mat, bleek vuilgeel tot groenig-geel. Steel glad, heldergeel. Dit is een bedreigde soort in Nederland.
|
|
|
|
|
Entelurus aequoreus Adderzeenaald, Zeeadder
Zeenaalden zijn, zoals de naam al aangeeft, zeer langgerekte vissen. Ze hebben, op een rugvin na, nauwelijks vinnen. Hun snuit is verlengd en ze kunnen met hun kleine bekjes maar hele kleine prooien pakken.
|
|
|
|
Platichthys flesus Bot, Lovertje, Rivierschol
De bot is een typische platvis, met een huid die ruw aanvoelt doordat hij vol zit met kleine bobbeltjes. Meestal liggen de ogen op de rechterkant, maar er zijn ook linksogige exemplaren bekend.
|
|
|
|
|
Galathea squamifera Zwarte galathea
Kleine kreeft, totale lengte tot 6,5 cm. De carapax (rugschild) van 3,5 cm vertoont een flink aantal stekels aan de zijkant en er loopt een karakteristieke indeuking overdwars.
|
|