|
|
Tapinoma erraticum Draaigatje
Behoort tot de geurmieren. In Nederland vooral op de Veluwe en in Zuid-Limburg. Vijandige grotere mieren worden besproeid met een secreet uit de anaalklier, waardoor ze kunnen worden gedood en naar het nest worden gesleept als buit.
|
|
|
|
|
Amanita lividopallescens Bleke amaniet
Zeer zeldzame paddenstoel. Hoed kegelvormig, dan klokvormig, 8-12 cm, glad, licht of donker grijzig- of zalmkleurig-okergeel tot bruingrijs, soms met vuilwitte plakken, met een zwak gestreepte rand.
|
|
|
|
Phoca vitulina Gewone zeehond
Aan land zijn deze zeehonden meestal extreem voorzichtig en schuw. Het is bijna onmogelijk om dichtbij te komen zonder dat ze het water in vluchten.
|
|
|
|
|
Streptopelia turtur Zomertortel
Deze duif is een vrij algemene zomergast, maar neemt waarschijnlijk in aantal af. De donkere rugveren met brede kastanjebruine randen geven een geschubd uiterlijk.
|
|
|
|
Ophiothrix fragilis Brokkelster
Slangster met dunne, harige armen van ca. 10 cm lang. De armen zijn kwetsbaar, er breken gemakkelijk stukjes af. Door ze afzonderlijk en afwisselend op een slangachtige manier te kronkelen, kan de brokkelster zich snel over de bodem bewegen.
|
|
|
|
|
Notodonta ziczac Kameeltje
Deze vlindersoort dankt zijn Nederlandse naam aan de paarsbruinige rups met 2 tandvormige bulten op het 2e en 3e achterlijfssegment. Op het laatste achterlijfssegment heeft de rups nog een geelrode, kegelachtige bult.
|
|